Nederlands Duits

Reacties gasten

We komen in de zomer er weer aan!! We verheugen ons wederom om in de zomer bij jullie weer te komen en te mogen genieten van een heerlijke vakantie! gr xxx van ons uit limburg.

Anita, roy, kealy en kaylin

Colijnsplaat en de Romeinen

Klik om afbeelding te openenNehalennia: Een bijzondere visvangst. Op 14 april 1970 had K.J. Bout, schipper van de viskotter Tholen 6 Johanna Cornelia, zijn netten uitgegooid in de Oosterschelde, ter hoogte van de Schaar van Colijnsplaat, ten zuiden van zandplaat De Vuilbaard. Bij het binnenhalen van de netten bleek hij een wonderbaarlijke vangst te hebben gedaan.

Tussen de visvangst vonden de bemanningsleden drie brokken zandsteen en een stuk kalksteen. De drie stukken vormden samen een beeldje van een vrouw met een schaal met vruchten op haar schoot en een hond aan haar zij. Op het onderste stuk stond een Latijnse tekst; "Aan de godin Nehalennia heeft Marcus Exgingius Agricola, burger van Trier, handelaar in zout te Keulen, zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden”.

Over Nehalennia zelf is haast niets bekend. Alleen in Domburg en Colijnsplaat zijn bewijzen van haar bestaan gevonden.
Ze hoort niet tot de officiële Romeinse goden.
Het was echter een vaste gewoonte, dat de Romeinse overheersers plaatselijke goden en godinnen vereenzelvigden met hun eigen goden. Dus gaat men ervan uit, dat Nehalennia een plaatselijke Keltische godin was. Uit de archeologische vondsten kan men opmaken, dat Nehalennia een inheemse moerdergodin met een inheemse identiteit was, verantwoordelijk voor voorspoed en vruchtbaarheid. De typerende details van afbeelding van scheepsroer en voorsteven op haar kwaliteit als leidsvrouwe, planten en vruchten verwijzen naar zegeningen over de gewassen en de hond verwijst naar waakzaamheid en trouw.

De vondst van een tempelsteen zorgde voor grote opschudding in de archeologische wereld. Deze vangst gaf de aanwezigheid van een kleine tempel aan.
In de navolgende jaren werden met de netten van de visserskotter nog meer brokstukken opgevist. Ook de duikploeg van de Pontonniers- en Torpedistenschool van de Genie haalden enkele brokstukken en een altaar naar boven, maar wat belangrijker was, ze hebben de vindplaats in de Oosterschelde, net buiten de zeedijk bij Colijnsplaat, exact gelokaliseerd.
In totaal zijn er nu ca. 330 altaren, negen grote beelden, waarvan drie bijna compleet, en vijf kleine beeldjes gevonden.
Ook zijn er veel dakpannen, stukken metselwerk en bouwfragmenten, zoals stukken van pilaren opgevist.

Tegenwoordig wordt er op de vindplaats, het Romeinse Ganuenta door vrijwilligers bij doodtij gedoken en alles wat ze vinden wordt in kaart gebracht, zo ook een met stenen verharde weg.
Uit de archeologische vondsten bij Domburg en Ganuenta, het Romeinse Colijnsplaat, de toenmalige monding van de Scaldis, de Latijnse naam voor Schelde, bleek dat er een levendig handelsverkeer bestond tussen Gallië, Brittannië en Keulen, Trier, Rouen, Besancon, Norwich. De voornaamste handelswaar, was vissaus, aardewerk zout en wijn.
  Druk artikel af Verstuur artikel

Bladeren door de artikelen